Moeder, ik wil bij de revue
Musicalsterren, cabaretgrootheden en Idols-winnaars, ja, die schitteren in fraaie decors en flamboyante kostuums in uitverkochte theaterzalen. Logisch, ze hebben immers alles in huis: looks, een of meer grote gaven en een bak ervaring, zelf als die uitsluitend is vergaard in een slopende talentenjacht op televisie. We zijn diep onder de indruk van hun prestaties, die we belonen met staande ovaties. Toch kunnen ook wij, doodgewone lieden, ervaren wat de impact is van publiek, planken en applaus. Wie beschikt over uitstraling, motivatie en een zuiver stemgeluid, kan bijvoorbeeld terecht bij het Lichtstad revuetheater in Eindhoven. Een twintigjarig gezelschap, waarin het een groep gedreven professionals is die zich ten doel stelt het maximale te halen uit het potentieel van haar grofweg negentig amateurs. Met indrukwekkende, hooggewaardeerde revueshows als resultaat, te zien in – inderdaad – mudvolle schouwburgen.
TEKST Rits de Wit
Het was begin vorig jaar groot nieuws in Eindhoven en verre omstreken. Ook Gay Krant meldde het prominent op zijn site: ‘Ton de Jong overleden’. De Jong, twintig jaar geleden oprichter van de Lichtstad Operette en sindsdien artistiek leider van het inmiddels van naam veranderde gezelschap, liet hiermee een erfenis na, die – zo deed de berichtgeving vermoeden – eveneens ten dode opgeschreven zou zijn zonder zijn bezielende leiding. Niets blijkt minder waar. Op een willekeurige dinsdag, de vaste repetitieavond van de zangers, spelers en dansers van het omvangrijke gezelschap, nemen we een kijkje in de ruimte waar Sailing to the top ontstaat, de show die in november in première zal gaan. Waar hard werken en gezelligheid hand in hand lijken te gaan. Waar het geen grote ego’s zijn die de sfeer lijken te bepalen, maar ‘gewone’ Brabanders met – net als ieder ander – een wekelijkse hobby, al is het een veeleisende. “Ton de Jong vervangen is onmogelijk”, geeft Peter van Thiel, de nieuwe leider, volmondig toe. “Zijn rol is simpelweg niet over te nemen. Hij hield alles in eigen hand. Hij bedacht en schreef de shows, koos de muziek, ontwierp decors en honderden kostuums, regisseerde en bepaalde. Was er altijd mee bezig. Dat kan ik niet. En wil ik niet. Ik ben dan ook begonnen met het samenstellen van een creatief team, dat samen met mij bedenkt, keuzes maakt en vormgeeft. En het mooie is dat dat potentieel gewoon aanwezig is in deze club. Er zijn zoveel fantastische ideeën.” Huub Deckers, met een onderbreking van vier jaar al zeventien jaar lid, beaamt dat. “Als je bij Ton aankwam met eigen inbreng, luisterde hij daar wel naar, maar je moest van goeien huize komen wilde hij daar iets mee doen. Hij was als een vader. Als je maar deed wat hij zei, kwam het allemaal goed. Dat werkte, achteraf gezien, een soort luiheid in de hand. Het was nogal eens lang leve de lol. Nu zijn we echt keihard aan het werk, en weten we eigenlijk ook beter waarvoor.”
Van Thiel, die sinds zijn opleiding aan de Arnhemse toneelschool al een kleine honderd producties in uiteenlopende genres regisseerde, voelt zich door het gezelschap aangesproken op zijn ambitie. “Ik zie enorme kansen in deze club. Het is voor mij een groot avontuur om een nieuwe koers uit te zetten en te bekijken hoever we samen kunnen komen, met groeiende professionaliteit als uitgangspunt. Zo moet het geluid beter, de shows moeten korter – maximaal twee uur, anders stapt iedereen gaar de zaal uit – en de solisten hebben meer regie op hun spel nodig. En ik heb zo mijn dromen. Fantaseer over een eigen circustent waarmee we door het land zouden kunnen trekken. Over eigen muziek. Nu maken we gebruik van bestaande – maar opnieuw gearrangeerde – opera-, operette-, musical- en jazznummers die in het verhaal passen, of waar het verhaal deels omheen gebreid wordt. Ik denk dus aan grote veranderingen, waarbij het behoud van identiteit overigens voorop staat. Iedere twee jaar een première van een Grote Show. En vooral het genre moet identiek blijven: veel spektakel, show, glitter & glamour, uitbundige kleding. Daar is duidelijk behoefte aan; er is al zoveel zwaars te zien in de theaters. Wij brengen luchtig entertainment. Op relatief hoog niveau, dat mede gewaarborgd wordt door de enthousiaste begeleiding van onze amateurs door professionals. En hoewel er meer revuegezelschappen zijn in grote steden, is onze formule redelijk uniek. We brengen geen losse verzameling mooie plaatjes, maar de rode draad wordt gevormd door een verhaal. Met spanning en ontwikkeling. En héél veel humor, uiteraard. Vrolijk, en niet te ingewikkeld.”
Huub, die ons gepresenteerd wordt als een der ‘sterspelers’ van het gezelschap, heeft die humor ‘aan zijn kont hangen’. Hoewel hij de titel van sterspeler zelf nooit zou bezigen, ziet hij wel in dat hij over het talent beschikt mensen gemakkelijk aan het lachen te maken. Hij hoeft maar op te komen, gehuld – zoals in de huidige show – in vrouwenkleren, en de zaal ligt dubbel. Volgens Van Thiel heeft hij een ‘meer dan behoorlijke stem’, maar ‘het zingen van een mooie aria’ zit er niet in. “Ik heb wel enkele jaren zangles gehad, en daarvan heb ik veel geleerd. Maar ik zal nooit een zware solist worden. Dat hoeft ook niet. Ik zing alleen nummers die bij mij passen, en bij mijn rol, en het kunnen uitdragen daarvan is belangrijker dan de technische stemkwaliteit. Ik doe overigens ook alleen wat ik leuk vind. Als ik een nummer niet zie zitten, zeg ik gewoon nee. Ik laat mijn eigen niks opdringen.” In de vier jaar dat Huub ‘even geen lid was’ voelde hij een gemis. “Dat merk je pas als je d’r onderuit bent”, verklaart hij. “Dan ga je naar het theater, en zit je in de zaal in plaats van op het podium. Ik wil terug, dacht ik toen.” En dat deed hij, samen met zijn partner Karel, die ‘kleder’ achter de schermen is. Van niveauverschil is echter geen sprake, vindt hij. “Iedereen is hier gelijkwaardig. Dat is het mooie van deze club. Er hebben hier wel eens behoorlijke ego’s rondgelopen, die zich beter voelden dan de rest. Maar die tijd is voorbij.” Peter: “Het is belangrijk te weten dat het koor de basis vormt. Wie zich aanmeldt en geschikt bevonden wordt, komt in het koor. Zuiver kunnen zingen, enige uitstraling, levendigheid, en een commitment aan het gezelschap voor minstens twee jaar zijn daarvoor de criteria.” Huub, lachend: “Bloedmooi hoef je niet te zijn, met schmink bereik je een hele hoop.”
Uit het koor worden, afhankelijk van de behoeften die een productie creëert, solisten gekozen op basis van hun daarbij passende kwaliteiten. Peter: “Ik krijg wel eens aanbiedingen van uitstekende solisten van buitenaf die graag een productie van ons willen komen verrijken. Dat is soms verleidelijk, maar ik doe het niet. We werken met en vanuit onze eigen club. En daarin zit veel potentie.” Francien Bongaerts zingt al zeventien onafgebroken jaren in het koor. Haar partner Suzanne zit, ook bij het gezelschap, in het ballet en de pr-groep. Francien: “Momenteel ben ik toevallig ook understudy van Huub, maar het koor bevalt me nog steeds uitstekend. Ik ben érg van de samenzang. Ik mis dan ook nooit een repetitie. Al lig ik nog zo lam op de bank, ik gá toch. Want op de energie die ik er van krijg, kan ik steeds weer een week teren.” Francien en Suzanne plannen zelfs hun vakantie bij voorkeur zo dat ze geen enkele Lichtstad-avond hoeven te missen. “En áls we dan op vakantie zijn, is Suzanne er nog constant mee bezig.” “We hebben met dezelfde reden onze huwelijksreis ingekort”, lacht Huub. “Niet alleen omdat ik het geweldig vind, maar ook omdat ik een verantwoordelijkheid heb naar de groep.”
Wie zich aangesproken voelt, kan eens een gokje komen wagen. Het gezelschap zoekt nog sopranen, tenoren en bassen. Van Thiel: “En mannelijke dansers. Homo’s zijn sowieso zeer welkom; die durven immers over het algemeen nét iets meer.”

